Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichten als vurige oogen, dreigend en onmeêdoogend. Een onheilspellend gegalm van geluiden hing boven het water, gestamp van machines, menschengevloek en gezang, gegil van hooge fluiten, en ratelend gerammel van kettingen. Het was als een donkere, veege vaart uit een heidensche hel, met zuchten, en steenen, en wanhoopsgeschreeuw. En woest-wreed viel de kille mist al zwaarder en zwaarder over dit duistere gebeuren.

De kaden aan weerszijden wemelden van wriemelende menigten, waar zwarte karren grommelden af en aan, en droef gegons ophing te trillen van zware stemmen.

De hooge stadsgebouwen stonden spookachtig in den nevel, met vage, reusachtige vormen, donker en dreigend, en als heel moede, uitgeweende oogen pinkten duizenden lichtjes, triestig en flauw.

Dicht op elkaar, zich verdringend, het een boven het ander, en weêr hooger en hooger, blokten zij op, de zware gevaarten, zwart en zwijgend, eindeloos in het rond. . .

Een siniester ruischen, vol verwarde, rustelooze geruchten, beefde óp van de groote stad, en het was als het zware, moeilijke ademhalen van een rochelend monster, dat daar lag, log en massaal, met zijn tallooze vurige bloed-oogen, onder den grijzen, duisteren hemel.

Paulus stond te rillen van angst.

Sluiten