Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hun medemenschen in gebrek. Maar er is bijna niemand, die iéts zou willen veranderd zien aan de tegenwoordige maatschappij, als hij het er zelf wat minder door zou moeten hebben. Ze zijn allemaal voor verbetering, en geven toe, dat er onrecht is, en roepen er wee en schande over, maar zoodra er iets van hun eigen weelde af zou moeten, en ze hun eigen lekker leventje er door zouden verminderd zien, zijn ze doof geworden, of beroepen zich op het gezag en de wettigheid van de bestaande orde der dingen, en halen er God en Koning en Vaderland bij, in laatste instantie. Met dat gezag, en dien God, en dat Vaderland bedoelen ze dan eigenlijk niets dan de handhaving van hun parasietenleven ten koste der anderen. Er is voor die menschen geen God, en ook geen Koning, en evenmin een Vaderland, alleen hun eigen beurs en hun brandkast. Ik zeg dit niet met al te groote verachting voor de anderen, hoor! en wil er mij zelf niet mee verheffen. Want ik ben au fond misschien net eender. Ik ben eigenlijk geen haar beter, dan die anderen. — Maar daarom weet ik juist, wat ze waard zijn en heb ik geen aasje idee in de toekomst. Ze zullen altijd net zoo blijven als ze zijn, de menschen, met al hun idealen, en hun filosofie, en hun God. Zij zouden dien God, en al het andere smadelijk verloochenen, als zij er hun leven ook maar iets om moesten

Sluiten