Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu vergleden was, en zijn ziel was opgeheven tot een andere, hoogere sfeer, op een geheel ander plan van wezen, in eene vergeestelijking van alles, wat materieel was, tot eene hoogere orde van dingen. Al het harde was nu verzacht in den nacht, de bergen en de hoornen lieten zien hun innigste ziel, des daags verborgen, en de stille schittering op de zee was als een goddelijke liefde, uitgespreid in het eindelooze.

Als een wit paleis van droom stond het reine ReginaPalace vóór hem, in de wonderbare blankheid van zijn marmeren pracht.

Het leek een gewijde woning van hooge, heilige wezens, een pralend Graal-paleis, waarin bewaard werd een ondoorgrondelijk, goddelijk wonder.

Daar, bóven hem, waar die witte vensters glansden van een innerlijk, heilig licht, daar woonde de blanke, de vlekkeloos reine, in wie geïncarneerd was de reinheid van de witte waterlelie en de gloed van de gouden zon ; daar troonde de verre, ongenaakbare vorstin van de volken en van zijn ziel, de kroonprinses Leliane.

En in dit nachtelijk uur, nu al de ellende en de ongerechtigheden van den dag waren verzonken in 't alles vervagend niet, nu over de stille, slapende wereld en over de zacht-ademende zee de groote rust lag van het volle, verreinende maanlicht, nu was hij één oogenblik weer alles vergeten, wat zoo fel op zijn

Sluiten