Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe zij leefden van diefstal en onrecht en langzamen, gruwbaren moord. Zij wisten, zij allen wisten, en tóch liepen zij, koud en onbewogen, in hun rijke kleederen, met paarlen en diamanten omhangen, en vraten zich zat aan dure spijzen, met goud betaald, en dronken zich een roes aan kostbare wijnen en zwelgden weg in wellust met veile vrouwen, die zij kochten met hun uit onrecht verworven geld. En zij allen noemden zich Christenen, en waagden het, Gods heiligen naam aan te roepen in de kerken, en Gods zegen af te smeeken over hun onwaardig bestaan. — Om mogelijk te maken deze opeenhooping van weelde en overdaad, hier in dit kleine Monte-Regina, waren nu duizenden, honderdduizenden ongelukkige, onbewuste arbeiders bezig, hun leven te vernietigen in donkere, vunzige mijnschachten, in van giftige dampen doortrokken, fabrieken, in benauwde, rottende riolen, of sjouwend onder zware lasten, afgejakkerd als ellendige beesten in de felle koude, of in de brandende zon. Alles wat die rijke nietsdoeners aan hadden was door zwoegende medemenschen voor luttel hongerloon vervaardigd, hun hoeden, hun schoenen, de stof voor hun kleeren, hun ondergoed, de kanten, die zij aanhadden, de diamanten, die zij droegen, en er was niets om en aan hen, wat niet uit het zweet van arbeiders was gemaakt en uit den grond was voortgekomen, dien

Sluiten