Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van odeur en parfum. Paulus voelde zich benauwd worden, en vond het beter, even wat naar buiten te gaan in de heerlijk zoele zuiderlucht, om wat ruim adem te halen. Over een half uurtje zou hij dan nog wel eens komen kijken, of Marcelio er nog niet was.

Op het weelderige terras aan den zeekant, achter het Casino, ging hij op een bankje zitten.

Beneden lag een groen grasveld, als voor tennisspel. De zee was eindeloos ver, spiegelend in het zachte zonlicht, rustig en egaal, zonder rimpeling. Links naar den horizon wenkten verre omtrekken van bergen, zacht als in een droom. Op luchtige wuiving bewogen nu en dan héél even de stille palmen en varens, hier en daar verspreid, en trilde de puntige kruin van een cypres. Alles was zomersche zoelte, en tevredenheid, en rustig geluk.

En Paulus voelde al het leelijke van zooeven weer van zijn ziel wegglijden. O! Hoe innig waren die lijnen van de bergen daar in de verte, hoe gevoelig stonden daar die boomen, even wuivende somtijds op zachten wind, hoe eerlijk spreidde zoo'n veêren varen haar pracht ganschelijk uit, hoe plechtig wezen de wijze cypressen ten hemel! En, weg uit de benauwing van al die verhitte menschen, opgesloten tusschen vier muren, was het hem, of zijn ziel zich langzaam, wijd uitbreidde over de eindelooze zee-

Sluiten