Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hingen. Op den wit marmeren schoorsteen stonden blanke beelden, goden uit verre, Oostersche landen, stralend van wonderen glans, de handen predikend geheven, de wijze gezichten in rustigen, sereenen droom van vrome meditatie.

Paulus voelde zich huiveren van eerbied voor al dat witte, dat reine, dat vlekkeloos pure, dat de sfeer was van de koninklijke prinses uit het geslacht der lichte water-lelies.

Zijn ziel ging óp tot een zóó hoogen staat van wijding, dat hij al den jammer van voorheen was vergeten en niet meer wist, dan dat hij begenadigd was om in dit allerheiligste der heiligen te treden. Hij wachtte en wachtte, hij wist niet hoe lang, zalig in die uiterste spanning.

Daar ruischte zachtjes een portière ; een vaag gordijn van witte zijde wuifde éven weg, en vóór hem, blank en teeder, van een heiligen glans omgeven, verscheen de prinses.

Paulus voelde een groot licht, dat over zijn ziel ging, die beefde van zaligheid, tot in haar fijnste weefselen van droom. — Tranen jubelden óp naar zijn oogen, zijne handen vouwden zich onbewust tot gebed, en hij knielde ootmoedig voor hare voeten neder, het hoofd diep gebogen tot den grond. Zóó lag hij voor haar, zalig-vernederd, in gansche, devote overgave, als een zondaar in duister voor de blanke

Sluiten