Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeders, die zwoegen in vunze, heete holen, en diep in donkere mijnen.... ik heb hun vrouwen gezien, hun kinderen, sjouwend als arme lastdieren, voor luttel hongerloon.... ik heb gezien de ellende, het grondeloos slechte onrecht, en de verschrikkelijke zonde heb ik gezien, waar de armoede toe dwingt. Uwe zusteren, o, Koninklijke Prinses, Uwe droeve, geschandvlekte zusteren, zij zwerven langs boulevards

en kaden om te veilen haar klagelijk lijf de vuile

wellust, zij huurt de zusteren van Uwe Koninklijke Majesteit, als redeloos vee.... ik weet de honderdduizenden, die wegteren in misère, in grenzelooze misère van honger en gebrek en o, ik heb gezien het pratte poenendom, dat leeft het wreede parasietenleven van den langzamen moord, hun broederen aangedaan .... Zij zwelgen in festijnen, zij zwijmen weg in wellust en roes, en de werkers, de onontbeerlijke arbeiders, die alles voortbrengen, en zonder wie niets bestaan kan, zij sloven hun leven moeizaam door, om juist nog niet van honger om te komen .... en de bestbetaalden, in de gunstigste omstandigheden, ontberen tóch het licht van wetenschap en kunst, dat

óns het leven enkel waard maakt Die groote, lichte

Leliënstad, die de glorie heet van de wereld, zij is de stad van zonde, van wreed, gruwbaar onrecht,

van leugen en bederf en altijd troont prinses

Leliane in haar witte paleis, zoo hoog boven al de

Sluiten