Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn maar in de menschen woont de Liefde niet

Luide snikken maakten zijn stem éven onverstaanbaar. Met moeite bracht hij de korte zinnetjes er uit, zenuwachtig, onsamenhangend, in zijn groote verwarring.

Toen werd de ontroering hem te machtig, zijn knieën knikten, en, in zijn uiterste wanhoop, viel hij als een slaaf aan hare voeten. Zijn hoofd bonsde op den grond, maar hij voelde het niet.

Fier en onbewogen stond de prinses vóór hem opgericht. Er was een harde trek gekomen om haar anders zoo zachten mond. Zij had niet begrepen wat hij bedoelde, maar er schemerde een vaaobewustzijn in haar op, dat zijn hartstochtelijke aanklacht vijandig was aan de onschendbaarheid van het koningschap bij de gratie Gods. Men had haar nu en dan, voorzichtig, in vage, bedekte termen, verteld van het groote gevaar, van de sociaal-democraten en de anarchisten, die God noch Koning eerden, die de geheele maatschappij wilden omverwerpen, en durfden zeggen, dat de bestaande orde der dingen niets dan leugen was en onrecht. Dat was de ontheiliging van haar koninklijke wezen, van de Kerk, van den Staat,

dat was het oproer, de roode revolutie Had die

jonge ridder van haar zich laten bederven door de vijanden van haar geslacht?.... Was hij zóó weinig dankbaar voor haar koninklijke gunsten?

Sluiten