Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

Nu waren maanden en maanden daarna verloopen....

Toen Paulus eenmaal terug was in Leliënstad begreep hij, dat er nu een groote verandering in zijn bestaan moest komen. Hij kon zóó niet meer blijven doorleven, als vroeger, op kosten van de prinses.... In 't begin, nauwelijks beseffende wat geld eigenlijk was, had hij er nooit over gedacht, wat het beteekende, het van een ander aan te nemen, en alles, wat van de prinses kwam, had hij voor bijna heilig gehouden. Maar nu, na zijne bittere teleurstelling, voelde hij, dat hij niets meer van haar zou kunnen aannemen, en schaamde hij zich, ooit van haar aalmoes te hebben geleefd. Hij begreep, dat hij probeeren moest, van de opbrengst van eigen arbeid te leven. Maar wat kon hij doen, dat loon waard was?

Toen herinnerde hij zich, dat Marcelio hem altijd gevraagd had, waarom hij niet schreef, of zijn verzen van vroeger, uit het Bosch, niet wilde uitgeven.

Sluiten