Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tóch was het een streelend gevoel voor hem, dat het boek er zoo voornaam uitzag. Zijn naam stond er op, in sierlijke letters: „Paulus," zooals hij vroeger op de titelbladen andere had gezien, „Wederich," en „Lavelane." O! Zouden er nu menschen zijn, die evenveel van hèm gingen houden als hij van zijn twee lievelingsschrijvers in de eenzaamheid van het Bosch? Zouden er zijn, die zóó, even aandachtig over zijn boekje zouden gebogen zitten, en zouden er misschien zulke innige tranen op vallen, als hij over hén had geschreid ? Dan zou hij vrienden krijgen, die om hem dachten, al kende hij hen niet, en zijn ziel zou voeling hebben met andere zielen door dat boekje, waarin hij het liefste en mooiste had neêrgelegd.

O! Het was toch wel mooi, als je er eens over nadacht, het uitgeven van een boek. Want dan ging je ziel toch rond onder de zielen van zóóveel van je medemenschen, die je anders nooit zoudt bereiken ; en alléén het beste en innigste van je kregen ze, want het andere, mindere, van je lijf, zooals je alledag was met je kleinheden en gewoonheidjes, bleef er buiten.

's Middags liep hij de Boulevards op, om te zien, of zijn boek nog niet in de vitrines was uitgestald bij de groote boekhandelaars, maar er lag nog niets. De uitgever had hèm dus zeker het eerste van allen bedacht, nog vóór hij aan de expeditie

Sluiten