Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtuigde gezichten, en wisten zoo onnoemelijk veel. En onder al dip ontzaglijke dingen van wetenschap en kunst zaten zij als deskundigen met groote kennis van zaken de fijne gerechten te proeven, en ledigden zij gretig de kristallen kelken met fonkelenden wijn. De atmosfeer was zwaar van de geuren van vleesch en wildbraad, en het werd drukkend warm in het zaaltje. De vorken tikkelden voortdurend met een irriteerend geluid op de borden. Rood werden de gezichten der etende geleerden.

Toen dacht Paulus ineens : „Wat heeft dit met mijn ziel te maken?... Wat kan er ooit voor moois uit deze menschen komen, dat mijn ziel kan aandoen ?..."

En opeens vond hij het onbegrijpelijk dwaas, dat hij daar zat, hij, met zijn jonge, warme hart, die de grandiose schoonheid had aanschouwd van het Bosch, daar, tusschen die deftige, gewichtige meneeren, die zoo genoeglijk hun eten zaten te kauwen, pratende over allerlei hooge, edele dingen, die onbestaanbaar leken in dit warme, bedompte zaaltje vol etensgeuren en heete gaslucht. Waar was hij dan toch in Godsnaam toe gekomen?

Er werd weinig acht op hem geslagen. Nu en dan zeide een van de heeren even iets tegen hem, minzaam, uit beleefdheid. Het was al een heele eer, dat hij mede mocht aanzitten. Wat zij zeiden, waren bana-

Sluiten