Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekken, dat er iemand hier was gekomen alléén om hèm te zien. Hij haalde verachtelijk de schouders op, toen het jongemensch was uitgepraat, en gaf zich niet eens de moeite om even naar hem te kijken.

Toen kwam de bleeke jongeling weer naar Paulus toe en zeide ruw: „je kunt gerust weer uitsnijen, mannetje, je hebt géén kans, hoor! Maar wie bèn je toch, hoe héét je? Of wil je dat niet zeggen?"

„— Ik heet Paulus."

„Wat?" riep de ander verrast. „Toch niet Paulus, van dat sprookje: „De Prins en de Fee?"

Dezelfde. En wat zou dat?"

„— Neen maar, die is goed," barstte de bleeke uit, en greep hem bij den arm. „Paulus! Een arriviste! Het protégétje van „Het Morgenrood", en zelfs van de kroonprinses, zeggen ze. En die hier in ons midden, om Lavelane te zien. Maar dat is een unicum. Ik moet je vertóónen, kerel!"

En vóór Paulus er op verdacht was, had hij hem van zijn stoel gesleurd en medegetrokken naar het tafeltje, waar zijn vrienden zaten.

„Mijne heeren!" schreeuwde hij. „Mag ik jelui voorstellen: de heer Paulus,... de dichter van het

beroemde sprookje: „De Prins en de Fee" de

protégé van „Het Morgenrood" hoera! en

van Haar Koninklijke Hoogheid, enzoovoorts!

Sluiten