Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

Al den tijd, dat hij bezig was aan zijn werk, had Paulus getracht zoo weinig mogelijk te denken aan prinses Leliane. Hij voelde wel, als hij zich met zijne gedachten aan haar overgaf, dat de pijn zijn ziel zóó zou aandoen, dat hij het mooie van vroeger niet zuiver meer zou kunnen uitzeggen. Met al de concentratie van zijn wilskracht had hij zich verplaatst in zijn ziele-leven van vóór den tijd, dat hij de witte maagd gevonden had, slapende in het mos onder de droomende boomen. Nü was hij weer begonnen met al zijn verzen nog eens na te zien, die hij indertijd, in een klein bundeltje gepakt, met een paar andere souvenirs, uit het Bosch had medegenomen. Toen hij ze na zoo langen tijd weêr terugzag, verwonderde hij er zich over, dat ze zoo goed waren. Vroeger had hij er nooit bij gedacht of ze mooi waren of niet, hij had ze zoo maar neergeschreven, bijna onbewust eigenlijk, omdat hij nu eenmaal niet anders kón, zóó sterk was de drang tot uiten, en nooit was

Sluiten