Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bedorven odeuren, en reuk van opgedroogd zweet. Hij voelde zich onpasselijk worden. In 't eerst trachtte hij nog weg te komen, een zijstraat in, maar de zwarte menschendrom nam hem willoos mee, tot hij tot stilstand kwam op den linkerzijweg van den Leliën-Boulevard, onder de boomen.

Dicht op elkaar geperst stond de dikke klomp menschen daar vast, schouder aan schouder, als een troep op elkaar gejaagd vee. Woest, op wilde paarden, de blinkende sabel in de vuist, renden dragonders in vliegenden galop heen en weder, om den weg vrij te houden, zooals groote honden dreigend langs een kudde schapen gaan. Uit een zijstraat kwam opeens een troep menschen opdringen, waardoor een deel der vóór-staanden van de stoep af werd geduwd, op den weg. Dadelijk kwamen een paar dragonders aangehold, die hun paarden lieten steigeren en er onbarmhartig met de sabels op lossloegen. Vrouwen gilden, kinderen raakten onder de hoeven der paarden. Maar bruut bleven de dragonders doorranselen tot de weg weer vrij was. En Paulus moest opeens denken aan Marcelio's gezegde, toen hij het volk vergeleek met vee. Ja, wèl had het toch iets van vee. Éen machtige élan van die duizenden, en depaardragondertjes zouden vermorzeld liggen. Maar nü lieten zij zich onbarmhartig ranselen en trappen, als een troep honden, door de huurlingen van haar, die zij straks zouden

Sluiten