Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeven bladen van dewitte-waterlelie,waarhetvlekkelooze geslacht van Leliane uit was ontsproten.

En ach! De droeve ontwijding, die thans stond te gebeuren, en die de witte leliën-maagd besmetten zou . . . Kón dit dan bestaan ? . . . of zou op het laatste oogenblik nog een wonder gebeuren, dat haar reinheid redden zou ?... AngstigstaardePaulus omhoog naar de Cathedraal, en wachtte. . .

Daar vielen opeens zwaar-galmende slagen van de beide torens naar beneden, en plechtig begonnen de zware, bronzen klokken te luiden. In de verte bulderde een kanonschot. Toen nog een. En nog een. Prinses Leliane was aangekomen.

Nog een half uur stond Paulus in pijnlijke spanning tusschen den menschendrom geplakt. De klokken luidden en luidden. De kanonnen bulderden over de stad. Toen loeide opeens in de verte een lawaai aan, als van een brullende zee. — Duizenden keelen juilden en schreeuwden luide hoera's Grof en bruut daverde het aan, al dichter en dichter bij. — De dragonders drongen met hun achteruitsteigerende paarden het volk nog meer terug. Paulus zag de groote monden in de roode gezichten óm hem zich wijd opensperren, en hoorde een afschuwelijk gehuil, dat gejuich moest wezen. Alles schreeuwde en brulde en krijschte door elkaar. Hoeden vlogen in de lucht, zakdoeken wuifden.

Sluiten