Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn woeste orgie, was het volk beneden zwijgend. De witte gestalte op het balcon stond roerloos, zacht neerziende naar de laagte, als een beschermende, zegenende engel. De diamanten van haar diadeem schitterden als sterren om haar gouden hoofd....

Toen brak opeens het hooge moment, en een donderend hoera steeg op uit de dolgeworden menigte, zóó geweldig en grof, dat het evengoed een vervloeking had kunnen zijn als een huldiging.

Paulus rilde van afschuw, en voelde het woeste gejuich als een brutalen hoon tegen het stille, maagdelijk witte van de engelen-figuur daar boven. Nu hij haar weer zag, in haar blanke gewaad van onschuld gehuld, was hij de geheele vernedering in Monte-Regina weer vergeten, en wist hij niets meer van het onrecht, dat zij hem toen had aangedaan. Zij was alleen het witte, het reine, uit die hooge, teêre sfeer, waarin zijn ziel haar aanbad. —

Het volk huilde en juilde altijd maar door, als een troep brullende, vermaledijde monsters uit een hel. Daar bóven stond prinses Leliane, als een engel uit het paradijs, neerziende op de verdoemde drommen, die beneden rondkrioelden in het duister. — En Paulus dacht aan den Dag des Oordeels, het laatste Gericht, als de zalige zielen uit de hemelen het aanzien, dat de eeuwige vloek de donkere zondaren treft.

Sluiten