Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bracht hem dichter bij het veilige, vertrouwde Bosch, dat hem op zou nemen en verbergen onder zijn liefderijk lommer. Zóó, als iemand een Liefste terugziet, na lange scheiding, en zijn ziel ademt hóóg op van geluk, zóó zag hij het Bosch terug. O! Eindelijk, eindelijk dan had hij het gedaan, en nu zou alles ook weer goed worden, als vroeger...

Nu stond hij voor de rivier. Aan de overzijde bogen zich hooge boomen plechtig voorover, rustig zich spiegelend in het vlakke water. Daar begon het Bosch, en overal, wijd en zijd, zag hij de breede stammen oprijzen, en de goede boomen stonden eendrachtiglijk naast elkaar, als een wélgezinde gemeenschap, sterk van onderling vertrouwen. Hun prachtige kruinen streelden elkaar nu en dan vriendelijk onder 't wuiven, wilden allen éénen zelfden kant op, door éénen drang bezield. En Paulus zag het Bosch, als ééne, machtige maatschappij van goede broeders, schouder aan schouder staande in heilige harmonie. —

Hoe eerlijk stonden zij daar alle naast elkaar, in volle pracht zich gevend, zóó als zij waren, zonder éénigen valschen schijn!

En met afschuw dacht hij opeens aan de valsche menschen-gezichten, alle met een masker voor van leugen en bedrog, bedekkend het eigenlijke wezen dat er achter woonde.

Hij vond het Bosch nu even statig als een plechtige

Sluiten