Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tempel Gods, even heilig als de Cathedraal. De stammen der boomen waren als rechte pilaren, de takken vormden biddende bogen, en al de fijne loovertjes waren teêr, als het broze cantillewerk der gothiek.

Was hij nog wel waard, dien tempel te betreden ?

Hij voelde, alsof het leven in de stad hem besmet had, alsof hij er niet rein genoeg meer voor was.

O! Kon hij die smet toch weer van zich afwasschen, dat hij weer blank werd als vroeger! En een onweerstaanbare lust kwam in hem op, om zich te zuiveren, vóór hij het waagde het Bosch weer te betreden. Fluks deed hij zijn kleeren uit, legde ze aan den oever op een steen, en sprong met een machtigen élan het heldere water in. Hij voelde het koude, frissche vocht over zijn warm lichaam komen, en het was hem, als een doop tot het reine, eenvoudige leven.

O! Dat alles zuiverende, schoonwasschende water, wat deed het hem goed! Al het vuil van de stad zou het wel weer van hem afnemen, alles wat nog aan hem kleefde uit de verpeste sfeer van onrecht en ontucht, waar hij bijna in was versmacht. Hij voelde een groote kracht in zich komen, en nieuw leven stroomde in zijn aderen uit het koele, heerlijke water. Verscheidene malen dook hij onder. Zijn haren dropen. Niets, geen stofje van de atmosfeer in de

Sluiten