Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustende liefde verspreid over de wereld. — Doodstil waren de boomen in dat zilveren licht, roerloos stond het donkere Bosch er in te droomen. En, hoog in de takken, boven Paulus' hoofd, zat een nachtegaal van zaligheid te zingen.

Hij wist niet of hij waakte, of nog droomde, onder dat wondere gezang.

Het was een bevend trillen, een donker orgelen, een helder fluiten, en dan weer hoog uitjubileeren, als van een ziel die in de uiterste extase in muziek zal vergaan. In de stilte van den nacht spoot het op, als een fontein van klanken, sprinkelend, fonkelend, en dan opeens, met een rechten straal hóóg in de lucht. De hevige emotie kropte óp in die zangerige keel, die hijgend het groote gevoel uitzong, omdat er nóg meer kwam, en nóg meer, en altijd weer meer en hij het niet kon inhouden. — De zaligheid jubelde trillerend in dat juichende lied, dat opsteeg, hooger en hooger, door de stilte van het woud. — Dan zweeg hij weer even, de wondere vogel, als moe van zijn eigen geluk, om dra weer uit te breken in lage, lang uitgehaalde tonen, nu niet meer wild-uitgestuipt, maar orgelend, als donker-sonoor choraal. Eenzaam zat dat kleine vogeltje zijn ziel uit te zingen, in den nacht, tegen den hoogen hemel vol sterren. De boomen stonden ernstig en stil, en luisterden.

Paulus keek op, nog loom van droom, en zag de

Sluiten