Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had teruggevonden, wiens roepen hij weder hoorde.

Met een groote vreugde bevond hij, dat dit alles nog even intiem was voor zijn ziel, en dat hem niets bevreemdde wat nu om hem was, maar alles heel natuurlijk aanvoelde, alsof het altijd zoo was gebleven, en er nooit iets om hem veranderd was. Dus was al het droeve en duistere toch maar als een donkere wolk dreigend om hem heen geweest, zonder het allerinnigste in hem van binnen te kunnen bereiken, dat roerloos was gebleven, en onaangetast, als de stille vijver, door géén rimpeling verstoord!

„Roekeroekoe," begon de duif weer, in een boom dichtbij. En het was Paulus of het beestje hem kende en hem groette, zóó intiem voelde hij zich met alles.

Nu vérder, een korten weg nog maar, naar zijn oude huis. Hij liep er haastig heen, en, al de oude, wél-vertrouwde boomen herkennende, waar hij langs kwam, was het hem, of hij eigenlijk nooit weg was geweest, en hij alleen maar thuiskwam, als vroeger, van een wandeling. Al het andere was, maar even, een booze droom geweest. —

Hij zag onder het loopen zijn kamertje al, met het rieten rustbed, en de platen aan den wand, en de tafel voor het venster, waar altijd een vaas met bloemen op stond. En hij wist precies, hoe de boomen stonden daar vóór, en hoe ze hun takken hielden.

Sluiten