Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

Nu begon Paulus' leven weer sober en eenvoudig, als vroeger. —

Willebrordus had hem stil laten uitweenen, niets gevraagd en gedaan, alsof zijn kleinkind maar even was teruggekomen na een verren tocht. En Paulus voelde zich te moe van al het geledene, om nu, eindelijk tot rust gekomen, al de verschrikking van vroeger weer te uiten en na te voelen schrijnen. Het was hem ook of, zonder dat hij iets zeide, Willebrordus tóch alles reeds wist in essentie, al de groote emoties, die hij in Leliënstad had doorgemaakt. — Dat voelde hij in het zachte gebaar, waarmede de oude hand somtijds op zijn hoofd werd gelegd, in den vriendelijken, ietwat weêmoedigen blik, waarmede de grijsaard hem wel eens aanzag, peinzend, zonder iets te zeggen. — Ééns had Willebrordus iets laten dóórschemeren, toen hij hem zeide, in den loop van een gesprek: „Als je nu weer eens weg bent, Paulus. ..." Toen was Paulus verschrikt opgesprongen, en had uitgeroepen :

Sluiten