Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kropen voor de ellende, als de ijdele désoeuvrés, die hij zoo verachtte in de pracht van Monte-Regina?

Van dien avond af aan genoot hij niet meer zoo zuiver van al het mooie om hem heen. Hij kon zijn onbewust geluk van vroeger niet meer terugvinden, want de gedachte aan het lijden van zijne medemenschen verbitterde het innigste genot. Een scherp zelfverwijt begon in hem op te schrijnen, als hij dacht aan al de ellende, die nu in Leliënstad dóór moest gaan, terwijl hij veilig in de overdadige luxe van de natuur liep te genieten. Terwijl hij den heerlijken geur opsnoof van het eikenloof, zwoegden duizenden en duizenden van zijne broeders in door giftwalmen verpeste fabrieken ; terwijl hij, in zacht gemijmer den loop der sterren volgde door de fijne openingen in het gebladerte, zwierven honderden van zijne hongerige zusteren door de straten van de stad, om haar schande te verhuren voor wat brood. En géén verfijnde, sensueele rijkaard kon toch ooit zóó van zijn weelde genieten, als hij van de luxueuse pracht om zich heen, van het droomende Bosch in maanlicht, waar de nachtegalen van zaligheid zongen.

Die gedachten begonnen hem dag aan dag feller te kwellen. Was het goed, zélf eenvoudig en sober te leven, in de rijke eenzaamheid van de natuur, zoolang millioenen van zijn medemenschen verkwijnden in kommer en gebrek? Maar, aan den anderen kant,

Sluiten