Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meemaken, vioet je 0 n m idde llijk komen. Êén dag te Iaat, en je zoudt niet meer hier kunnen zijn ; je moet, zoodra je dezen krijgt, dadelijk op weg gaan. Kóm nu, en je zult de overwinning zien van het Recht, zvaar je altijd zoo naar hebt gesmacht. Ga direct naar mijn kamers, a/s je in de stad bent. Je vriend

Elias.

Nog dienzelfden middag ging Paulus met den boodschapper mede terug. Hij had Willebrordus den brief laten lezen, die zacht-weemoedig het hoofd had geschud, en gezegd had: „Dat hebben ze al méér gedacht, vóór Elias . . . Als het eens waar was, zou het tóch zoo mooi zijn . . . maar ik vréés er voor . . . Toch moet je gaan, Paulus, je moét zoo iets door hebben gemaakt, vóór je wijs kon worden . . ."

En Paulus had niet meer geweifeld, maar zich dadelijk gereedgemaakt. Hij voelde, dat het niet anders kón. Er was tóch niets aan te doen. Vroeg of laat zou hij tóch teruggegaan zijn naar de stad. Rustig en kalm nam hij afscheid van Willebrordus, die hem de wijding meêgaf van zijn tot zegening gespreide handen. De grijsaard beloofde hem, dat zijn kamer altijd gereed zou zijn, als hij weer eens terug wilde komen. En Paulus ging, nadat hij voor den ouden wijze was nedergeknield in diepe verootmoediging.

15

Sluiten