Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood bedreigde stad. De hooge, voorname hovelingen, die daar aankwamen, waren stralend van voorspoed, weelderig en wèldoorvoed, en lachten. Aan alles óm hen was te zien, dat de ernst der tijden hen niet beroerd had, en dat zij, al de weken van bange spanning in de stad, gekoesterd waren gebleven in vreugde en glans.

Een zacht, nog gedempt gegons van stemmen ging door de wachtende drommen, vaag-vijandig, ontevreden.

Prinses Leliane keek verwonderd op, verwachtend gejubel en hoera-geroep. Zij bleef nog even stilstaan, verbaasd, of het niet kwam. Toen begreep zij. Éven keek zij koud, van uit de hoogte van haar koninklijke, maagdelijke majesteit, over de mompelende menigte. Toen stapte zij, waardig, onbewogen, in de blinkende open koets. Haar blik ging ijzig, hoog over al die duizenden menschen heen, als waren zij te laag en te nietig voor de goddelijke genade van haar oogen.

Naast haar nam de oude hertogin Marcelia plaats, een statige, superbe douairière van het oude régime, met haar strak, irriteerend gezicht van verstokte aristocrate. Zij fluisterde de vorstin iets in het oor, en keek toen even minachtend op de zwijgende menschenmassa neer, met zoo'n innige, duidelijk getoonde verachting, dat al die duizenden het ééns-

17

Sluiten