Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bovenstaande overvloedig blijkt, het transscendentale ik te leeren kennen; daartoe kan ook de studie van Emerson en Novalis, twee auteurs, aan ieder van wie een hoofdstuk gewijd is, van dienst zijn. Door het denken komen wij er niet, omdat dit tot een lagere orde behoort. De zielen kennen elkander altijd, door een zekere clairvoyance, die echter niet tot ons bewustzijn is doorgedrongen. Terwijl wij met elkander allerlei gemeenplaatsen over het weder wisselen, zijn onze zielen bezig elkaar te doorgronden. Ieder mensch is zoo in zijn diepste wezen groot en bewonderenswaardig, maar zonder die grootheid te kennen; ieder raakt God aan, maar zonder het te weten. Toch toont die ziel haar leven in onze onwillekeurige gebaren. De mystieke moralisten bestudeerden elk een andere zijde van deze ziel, dit transscendentale ik; de verdienste van Emerson was het om het goddelijke ons te laten zien in het dagelijksch leven; ook Novalis bezat voelhoorns, waarmede hij het ontoegankelijke aanraakte. Het is dan ook de fout onzer tegenwoordige drama's, dat zij veel te veel handeling hebben (Le tragique quotidien), daar hierin het ware leven niet uitkomt; de klassieken geven ons hier een beter voorbeeld. Wij zouden evenwel verkeerd doen met aan een uitwendige macht van het fatum te gelooven; het fatum is binnen in ons (L'étoile).

Het laatste onderwerp wordt uitvoerig behandeld

Sluiten