Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodig heeft om zich uit te kunnen drukken. Van Eeden heeft het gevoeld, dat de wet van het offer de wet is van al wat bestaat; hij spreekt het uit, dat, wie niets wil prijs geven, alles zal verliezen. Toch zouden wij ons zeer vergissen, indien wij hier van bijbelsche mystiek wilden spreken; uit den Kleinen Johannes merkten wij reeds, dat de Bijbel het boek niet is, en Kloos kon Johannes Viator een «afstraffing Gods" noemen. Het evangelie, dat Van Eeden brengt, is niet het evangelie van Christus, al komt zijn eisch om alles te verreinen overeen met het gebod der heiligmaking, maar het evangelie van het panthéisme, Indisch gekleurd, het evangelie der smart.

Het duidelijkst komt dit uit in zijn Ellen, toegewijd »to that rare and exquisite human soul, whose serene harmony of beauty and sorrow inspired these verses." Hier kan het heeten: »God is de Smartenman — wie Hij liefheeft, doet Hij smart aan; en daarom: mijn Lief! In Uwe Ziel werd d'Al-smart zich bewust, — Schoonst' Incarnatie van Gods' eigen Leed." Wij voelen, hoe ver wij hier af zijn van de bijbelsche voorstelling van den Man van smarten, die onze zonden gedragen heelt. En al kan het van den Dood heeten: »Ons aller arme Lijf is Hém verkocht, Delgend de schuld van onzen Zondenval", er is hier geen sprake van wat in het Christendom zonde wordt genoemd, waarvoor dan ook trouwens — wij komen er later op

Sluiten