Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug — in het pantheïsme geen plaats is. God zeifis de Smart; zoo Hij zelf zalig was en anderen deed lijden, dan »vloekte ik Hem, als een verfoeibre Logen, Schennend in hoon Zijn gruw'lijk' Almacht aan."

Toch is dit evangelie der Smart naar de bedoeling des dichters een boodschap van troost; evenwel lang niet voor iedereen bestemd. Integendeel, de »Wereldkindren", die Christus hebben uitgeworpen, zijn het niet waardig, dat het Zielsleed des dichters over zijn eenzaam Leed tot hen gebracht wordt: immers, zoo kan het heeten:

//Gij hebt altijd het grootste klein-geaeht,

Wat één n schonk, in Goddelijk Erbarmen.

Wie zal dan uw verachtelijk Geslacht

Nog aan den Gloed van eigen Smarten warmen? —

Wie neemt nog 't valsche Menschbeest in zijn armen

Dat zijn God-zelf ééns heeft om hals gebracht ?"

Waarlijk, Christus heeft op andere wijze over

de tollenaren en zondaren gesproken

Het gedicht eindigt met een gebed tot God, de Licht-zee, de Liefde, dat ik ten slotte nog wil aanhalen om zijn duidelijk mystisch-panthe'istische strekking:

«Maar het is anders — het is alles anders —

Wij weten niet — wij kunnen niet spreken —

Onze woorden zijn blinde kinderen, eene moeder hebben

[zij niet,

Sluiten