Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben het Satanisme, zooals het in het leven optreedt, boven reeds leeren kennen, maaier toen tevens op gewezen, dat ditzelfde verschijnsel nog eens zou behandeld worden, ten opzichte van zijn literarischen kant. De schrijvers en dichters, op wie wij hierbij het oog hebben, zijn bekend onder den naam van decadenten. Bezield uf zich zeiven althans uitgevend voor bezield met een mystische liefde voor het kwaad, voor den Booze, zijn zij tot de dichters der zonde geworden, die telkens nieuwe prikkels van zonde hebben bedacht en in hun eigen verdorvenheid en perversiteit een zeker aesthetisch genot konden scheppen. Wij hebben hier te doen met geraffineerde geesten, op het gebied der gewone zonde geblaseerd, en daarom zoekend naar het ongewone, naar het alle perken te buiten gaande; daarom hebben zij niet genoeg aan een alledaagsch zich overgeven aan hartstocht en zinnelijke wellustigheden, maar vatten zij het kwaad geestelijk op, als de tegenstelling van het goede. Zich bewust krank te zijn, behagen zij zichzelven in die krankheid, welke zij zooveel mogelijk laten doorwerken; het eigen beeld aanschouwend in hun lijn geslepen en keurig omlijsten literarischen spiegel herkennen zij met aesthetisch genot de trekken van den Vorst der duisternis.

Deze decadenten, waartoe Catulle Mendès, Baudelaire, Barbey d'Aurevilly, Villiers de 1'IsleAdam, Huysmans in zijn vroegere periode, Verlaine

Sluiten