Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder volgen, maar alleen nog eens den nadruk leggen op de laatste woorden, daar wij hier ten volle toepasselijk achten, wat wij boven omtrent de tegenstelling van literarisch en reëel gezegd hebben. Als wij er op letten, hoe alle verzoekingen en nachtmerriën tot in de fijnste bijzonderheden worden beschreven, dan lijkt ons inderdaad het oordeel van Charbonnel over Huysmans niet te hard, als hij zegt: Deze «converti littéraire par excellence" walgt van zich zelf, en dit is zijn eerste genoegen ; daarna beschrijft hij die walging, en dat is zijn tweede vreugde. Daarnaast ontdekken wij in de liefde voor de Kerk wel heel veel kunstzin, maar slechts heel weinig godsdienst. In En Route is het de muziek, in La Cathédrale de bouwkunst, die den schrijver aanleiding geven tot ellenlange uitweidingen; en overigens is hier een overprikkeld zenuwgestel aan het woord, dat zich zelf voortdurend opdringt, dat het vroom wil zijn.

Hoezeer de kunst voor Huysmans hoofdzaak is, blijkt duidelijk uit de verzuchting in het laatstgenoemde boek, naar aanleiding van het ontbreken van wat het oor streelen kan in de kathedraal te Chartres: »Is het niet gedrochtelijk, dat in de heerlijkheid van deze hoofdkerk zelfs niet een weinigje echt kerkgezang te hooren valt? Ik ben gedwongen het heiligdom niet te bezoeken, behalve in de uren, waarin geen dienst wordt gehouden, de ledige uren, en bovenal genoodzaakt de hoogmis

Sluiten