Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezenlijke; de Academie kon, zich op hem beroepend, de sceptische wijsbegeerte voorstaan; de Neoplatonici mochten hun naam dragen, en konden toch de vaders der mystiek zijn. De scholastiek der middeleeuwen kon met dogmatische stellingen cijferen als met algebraïsche grootheden ; de vrome mystieken leefden een leven van verborgen omgang met God. Nadat de eerste gloed der Hervormingbekoeld was en het enthousiasme van het geloofsleven zijn onstuimige verheffing had verloren, kon de formuleering van het geestelijk bezit voor dat bezit zelf worden aangezien; Piëtisme en Methodisme verwierpen het dogmatisme en riepen tot het leven terug.

Dat is de kringloop van het theologisch denken en leven, gelijk deze onlangs door Dr. Watson in zijn Cure of Souls op schoone wijze is aangewezen. Eerst de eeuw van het levend geloof, dat nog niet nadenkt, maar alleen geniet; de mystiek, die nog geen reactie is, maar alleen nieuw leven. Dan de dogmatische periode, als de Kerk onderzoekt, wat zij gelooft, als de theologie het mystisch bezit verklaart. Daarna volgt de eeuw der scholastiek, als het dogma zelf zijn gloed verliest, en de levende realiteit des geloofs terugwijkt achter de intellectueele geloofsvoorstelling. Het tijdperk der kritiek blijft dan niet uit, waarin de fundamenten van het opgetrokken gebouw worden onderzocht, en in zekeren zin een streep wordt gehaald door het

Sluiten