Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de religieuze ader, die door deze ontkenningen heenliep. Het gevolg van het materialistisch intellectualisme was een nihilisme op godsdienstig en zedelijk gebied, dat langzamerhand in alle klassen der samenleving doordrong. Dat was de vulgarisatie der wetenschap, de halve wetenschap, die alleen overneemt wat zij aan zich assimileeren kan, en vaak consequenties opmaakt, waaraan de meesters niet hebben gedacht, maar niettemin in staat is althans de oppervlakkige strooming van een gansch tijdperk te bepalen.

Maar ook op ander gebied dan dat des ongeloofs, welken term wij nu zoowel moreel als religieus opvatten, deed de tijdgeest zich gelden, en hier kunnen wij ons niet beroepen op deze vulgarisatie. De periode van 1848 tot 1870, welke wij kortheidshalve de periode van Renan zouden kunnen noemen, verwachtte al het heil van het parlementarisme, van een liberale regeering en van de wetenschap. Het is weder de overheersching van het intellectueele element, dat de school tot de voornaamste inrichting in, of liever van den Staat heeft gemaakt. Zoo werden de jeugdige hersens volgepropt met allerlei onverteerbare wijsheid, en ging de opvoedende kracht van het onderwijs, ook en niet het minst, omdat het godsdienstloos moest zijn, voor een goed deel te loor.

Aan de periode van Renan, schoon niet aan hare instellingen, kwam een einde; men begon in te zien,

Sluiten