Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die toon der ijdelheid is ook een Christelijke toon, maar ijdel is daar, wat de heerlijkheid Gods derft, en al het ijdele kan daar van zijn leegte worden verlost, kan daar een inhoud ontvangen, door het met God in gemeenschap te brengen. M. a. w. als het Christendom spreekt van den Man van Smarten, dan wijst het niet op de vergankelijkheid van al het bestaande, maar op de zonden, die Hij gedragen heeft aan het hout; en als het spreekt van verlossing, dan verwijst het naar het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Het Buddhisme kan onzen Oudejaarsavond des noods medevieren, doch op den Goeden Vrijdag laat het zich in onze bedehuizen niet zien. Dat het leven het hoogste der goederen niet is, stemt het Schiller gereedelijk toe, doch het wil van geen schuld hooren als het ergste kwaad. De Buddhist komt niet uit zijn lijden dan door zichzelf te vernietigen, en ook de man der nieuwe mystiek beschouwt dit als het eind zijner strevingen, misschien alleen na tallooze re'incarnatiën te bereiken; de Christen roemt in de geschonken verlossing, waardoor hij zichzelven terugwint. Er is geen pessimistischer toon dan de klacht van den apostel: »lk ellendig menschlwie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?", maar geen juichtoon van het optimisme kan liooger gestemd zijn dan de triomfkreet, die er op volgt: »Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heer." Dezelfde apostel, die het meest onder de bijbel-

Sluiten