Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een huisdeur, een helle oproep uit een bovenraam naar iemand op straat en een luide groet terug

Maar Verhoefs gedachten waren daar niet bij, ook niet toen hij, 't hoofd achteroverleunend, in 't kamertje rond keek. Over de vale behangselwanden, verschoten paarswit gebloemd, de scheve boekenhanger met de omgevallen bandjes, al de familieportretjes in uitgekniptpapieren of rieten lijstjes, waarvan de hoeken met knoeiïge fluweeltjes verbonden waren, de hardkleurende Japansche waaiers, vaagden zyn blikken naar de hoek bij de deur, waar allerlei goedkoop prulgoed van gekleurde vaasjes en beeldjes op een geschilderd houten penantkastje te pronk stond.

De deur had bij bijna dicht gedaan. Hij kon in de gang niet zien, maar hoorde toch wel van achter de geruchten waarvan hij de beteekenis wist.

.... Hard tikken van lampet tegen kom.... waterplassen.... holle stomp van kan op grond. Daartusschen stembrommingen van Kato, brutaal-kort, als harde stompen van geluid. Toen ineens grienen van 't kind, licht stijgend boven 't lage mompelen uit

Daar!... daar geniepte ze 't kind weer!

Sluiten