Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Is t'r nog wat in 't flessie, moeder? zei toen Verhoef, die toch meelij kreeg.

— Nee, niks niemendal meer, .. . wat dach-i? dat die maatjes maar eeuwig duurde? gaf de vrouw schamper terug.

Maar de oude had 't fleschje gezien, dat haar dochter schichtig achter de hand schoof op de vensterbank.

— Jewel! d'r is nog in ... ik zien 't, snibte ze met vooruitgestoken kin, haar zwarte oogen scherp loerend, — d'r is nog best 'n glaasie in...

— 's Niewaar! dat beetje!.. . hield de ander vol.

— Nou, dan niet... gaf de oude vrouw toe, gelaten, haar nijdigheid onderdrukkend ... as jullie dan zoo rojaal benne,... laat zus dan nog een maatje hale voor mijn cente ... ik mot wat hebbe ... en wat Allerhande d'r bij ... Dat mag ze toch wel, hè zus? .. .

Het kind stond al verwachtend aan de deur, oogen neer, om haar pret niet te laten merken, dat ze weer uit moest. Nou ging ze na Japie ...

— Nou alla! dan geve wij d'r ook nog een maatje bij, niewaar moeder? zei Verhoef, nu minder stroef, verzacht door haar getoonde wil niet van hen te profiteeren en bang voor gierig door te gaan.

Sluiten