Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praatstemmen op: van juffrouw Verhoef dat brommig-ontevreden geluid, de vleiig-teemende of hard-krassige praatklanken van de oude vrouw en de donkerschorre, diep-uit-de-keelgestooten woorden, kortstotterig en schokkerig achter elkaar, van Verhoef.

En telkens zijn droog-treiterige hinniklach daartusschen.

De oude vertelde schandaalpraatjes van al haar buren. Wat die d'r man had uitgevoerd met die flodder van twee-hoog achter, dat gemeene del, dat altijd in d'r borstrok liep!... hoe dat wijf van driehoog d'r kind rammelde... 't was een zonde voor god!... je kon 't schreeuwen soms een straat ver hoore!... en hoe die man en vrouw van éénhoog-voor alle dagen mekaar de haren uit de kop trokke... als leeuwen en tijgers stinge ze tegen mekaar op ... van de week liep zij weer met zóo'n blauw oog! Hoe kanne de mensche zoo weze !

Eindelijk vertelde ze nog uitvoerig — maar zonder die achterklank van deugdzame verbazing in haar stem, enkel droog-kwaadaardig — hoe ze met datzelfde wijf dat 'r kind zoo sloeg, stront had gehad over de trap. Altijd as die der vullisemmer na benede brachte, dan morste op haar trap en dat deeë ze-n om

Sluiten