Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar te peste. Maar ze had 't van de week nou 's goed gezeid, en van d'r kind ook, dat de mensche d'r schande van sprake, zoo'n stumpertje! En wat hadde ze nou gedaan om zich te wreke, zij met d'r zuiplap van een vent? Ze hadde haar vullisemmer gestole, zukke dieve! Ja, ze wist 't effektief zeker, dat die rakkers van drie-hoog 't gedakn hadde!... Maar ze zou 't angeve... die smeerlappe... As ze dachte haar te belazere, dan moste ze vroeger opstaan !

Verhoef, lui achterover in zijn stoel, de beenen gestrekt, telkens tusschen de geknepen lippen een golf rook uitpuffend, die hij dan met slaperig-kleine oogjes volgde, luisterde onverschillig, nu en dan plagerig iets zeggend door het ijverend vertellen van de oude heen. Dan keek het oude mensch even terzijde naar hem, een schichtig donkere blik, maar hield niet op te praten ....

Juffrouw Verhoef echter scheen opzettelijk niet te luisteren, afgewend naar 't raam, soms haar bovenlijf rekkend om iemand na te kijken in de straat.

Maar alle drie, pratend en luisterend, reikten in korte tusschenpoozen naar hun glazen, om een ruime teug te nemen en ze smakkend en liplikkend weer heen te zetten.

Sluiten