Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meubels die ruw verschoven werden, een zware bons van een stoel, die omviel en nu verstaanbaar zenuwig-schel zijn vrouws driftstem:

— Wel godallemachtig! wat dee je daar? wat dee je daar? Kreng!.. . zeg je 't? . ... zal je-n 't zegge ? . .. en 't doffen van vallende klappen, veel achter elkaar met weer opgillen van de kinderstem . . .

Verhoef, halfliggend op de kanapee met een been lang-uit, voelde zich even geschokt door de heftigheid van de scène ... 't Was toch wat te zeggen met dat kind! ... en dat kon d'r maar niet afgeleerd worde, wat Kato d'r ook an dee . . . Wat ze daar al niet voor gehad had ... en tèlkes toch weer! ...

Maar in zijn hoofd zonk snel de belangstelling in 't geval voor de aandrang zijner eigen tobbende gedachten. Achter de onvrede, dat hij zich die rijksdaalder had laten afzetten Jezis .... hij zou toch al zoo krap zitte van de week, as de huur d'r af was — benauwde hem vaag het denken aan morgen. Zijn onrust groeide om wat de baas toch wel schele mocht.. d'r was wat... dat had-i wel in derame... de laaste dage had-i 'm geen woord gegund ... nog geen goeie dag of goeien avond .. . Nou, hem zorg ... hij had z'n eige niks te verwijte...

Sluiten