Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\

verlaten gevoelde, zonder iemand om zijn nood te klagen.

Doch een wrevel schokte zijn schouders.

Was-i bedonderd! Zich zoo te versjagrijne.

Hij was toch geen meid Dat kwam van

dat verdomde gepiker, en omdat-i zooöp was... D'r zat geen fut meer in 'm!...

En ineens besloten opstaande, zei hij, weer met zijn gewone bromstem, onverschillig weg:

— Nou moeder ik kruip t'r maar onder,

ik heb maf...

— Nou al? achteloos kwam de vraag, terwijl de vrouw bleef doorlezen, armen breedgehoekt op tafel, 't dikke vleeschgezicht, met zachtprevelende lippen, hel in 't lichte, dat haar raspig en puistig vel scherp duidelijkte.

— Ga je nou al ?... 't Is nog vroeg.... zei ze na een poos nog eens.

— Over half tien al... morrege weer 'n dag!... kwam zijn weerwoord uit de alkoofkamer.

En toen, even daarna, het bed kreunde:

— Nou genacht! . . . hij leit 'r al in!...

— Na-acht

Het was nu volkomen avondkalm in de kamer, waar 't licht rustig bloeide en de menschgestalte roerloos zat.

F. Cofnen Jr., Zondagsrust. 10

Sluiten