Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit visioen deed knagende pijn, al wist hij dat 't waarschijnlijk zoo niet was. Hjj vormde het alle avonden, erger of minder, en maar eens had hij het werkelijk zoo gezien: op een avond toen de baas van 't zaakje uit was en zij alleen een beginnende ruzie van dronken stokers had bedwongen. Dus kon 't toch waarheid zijn . . .

Hij ging dan nog sneller. Flauw bemerkt vielen de straatverschijningen aan beide zijden langs hem weg. Mechanisch week hij voor de zware trage wagens en de ratelende rijtuigen. Tusschen druk pratende menschen schoof hij heen, vóór hen om en voorbij op de brug over het breede, zwartgolvende water, waarin de oever-lichten als beweeglijke goudfranjes breedgespreid lagen. Toen sloeg hij links af op de donkerder, eenzamer kade, waar nauwelijks enkele gestalten brommend pratend hem tegen kwamen. De hooge huizen waren naast hem stil en bij tusschenpoozen hoorde hij nu zijn eigen stappen. Weer een hoek om, haastig, haastig stappend, was hij nu in haar straat. Die lag breed en donker uit met schaarsche geluiden van ver.

Vele van de niet-hooge huizen aan weerskanten waren winkels of café'tjes, soms drie,

Sluiten