Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin de rimpels op het voorhoofd, de kleurlooze wenkbrauwen, de al-vermoeide trekken om neus en mond scherp-zichtbaar opkwamen. Het breede, toch magere gelaat in de krans van kroesblond haar werd er oud van en 't deed hem pijn, dat op te merken. Alleen haar mond en ronde kin waren eigenlijk nog mooi, waarboven de wat lange, fijne neus wel pikant uitkwam. Maar het bovengezicht was te breed aan de slapen, het voorhoofd te breed en gerimpeld, de oogen te licht, met een katachtige uitdrukking over de ietwat valschig ophoekende wenkbrauwen. Hij wist haar gezicht zoo wel en altijd weer en eigenlijk voortdurend onder 't met haar spreken en vrijen, was 't in zijn hoofd bezig — hemzelf maar vaagbewust — die lijnen en vormen na te gaan, genietend van de fijn-rose gelipte mond en zachtrondende kin en altijd weer in onvrede over haar breed-laag voorhoofd, met de lange rimpellijnen en bleeke wenkbrauwen en zoekend naar wat toch die vreemd-schrille expressie van haar lichte oogen maken mocht.

Maar nu was hij geschrokken van haar bleekheid en ouwelijk uitzien, dat hem vol meelij maakte.

— Waarom schrikte je dan zoo, vroeg hij

Sluiten