Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl zij het fluweeltje stond te strikken voor de spiegel, was er een scheuring van droefheid in haar als ze aan Ben dacht. Het was toch zoo'n goeie jongen, hij had zulke trouwe oogen ... ze mocht 'm toch ook zoo graag . .. Maar hij was niet chic, voor geen cent... en hij kon haar ook niet veel geven ... tien gulden elke maand, wat ha je daaran? En hier verdiende ze niet genoeg; het was hier niks gedaan. Een enkele keer als er 's een royale vent kwam, maar hoe dikwijls gebeurde dat! Wie kwam hier in deze buurt en in zoo'n gat.. .

Ze was mal geweest, dat ze zich had laten overhalen door die Jan Bredee, maar ze wist toen ook al niet waar ze naar toe zou; ze was toen net zwaar ziek geweest, en om toch ook weer met allemaal vreemden te beginnen .. . En ze was toen nog zwak ook . ..

Och, hij was toch wel een goeie, lieve, jongen, hij meende 't zoo . .. Die avond dat ze zoo lang bij die dikke gezeten had, die 'r absoluut mee op reis wou nemen, had hij tranen in zijn oogen gehad toen ze terugkwam ... Als hij maar meer d'r had kunnen helpen.. . en een fijne heer was hij ook niet. . . zooals die zwarte ...

Sluiten