Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige tijd bleef hij zich kwelen met die gedachte, toen zonk ze weg in de dompe rust rondom. Hij vond 't wel prettig even alleen te zijn, 't moment te voelen en een enkele keer in kalme bevrediging aan haar te denken, nu zij zoo dichtbij was en hij haar straks weer voor zich zou hebben. Hij dacht aan haar klein oor en de val van het blonde haar daar overheen. Dat was zoo zuiver fijn gevormd en rozigblank. Op het halsplekje er onder was 't lekker zoenen en van 't oor af ging de kinlijn mooi week-rond. Het voelde frisch en weekglad aan. Daarbeneden was haar volle hals zoo warm .. .

Maar hij werd ongeduldig. Waar of zij nu bleef? De tijd ging ongebruikt voorbij, de enkele uren dat hij by haar kon wezen.. . Waarom kwam ze niet? 't Was al bij elven...

Juist wou hij gaan kijken, toen zij in de kamerdeur kwam.

— Waarom zit je niet? ga gauw zitten op je stoel! riep zij, en hij:

— Wat voer je dan toch uit? Heb je al die tijd je haar opgekamd?

Terwijl hij, zittend, haar op zijn knieën trok, zei ze plaagziek, haar lippen lachend-vochtig en de oogen glinsterend rechtuit ziend:

Sluiten