Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, zoo goed als vader was onmogelijk.... maar zooals Christus dat zou nog wel gaan, als hij heel erg zijn best bleef doen.

Want Christus vond hij eigenlijk niet altijd zóó heel volmaakt. Hij kon zelfs niet begrijpen dat vroeger alle menschen hem voor den zoon van God hielden, in plaats van voor een goed mensch. Hij, Barthold, dacht wel eens bij zichzelf, dat Jezus soms erg heftig en driftig kon zijn.... zoo o. a. tegen die Kananeesche vrouw, die hem smeekte zich te ontfermen over haar dochter die van den duivel bezeten was. In 't eerst immers wilde hij zelfs geen antwoord geven, omdat zij geen Israëlitische was. En toen zij maar altijd bleef smeeken, vond hij Jezus' woorden: „Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en voor de honden te werpen," alles behalve vriendelijk en barmhartig. Zij zelve kon het toch niet helpen, dat zij een Kananeesche en geen Israëlitische was, en dat had Jezus ook moeten begrijpen, en dn arme vrouw niet dadelijk met een hond vergelijken! Als hij gedurfd had, zou hij gezegd hebben dat hij dit van Jezus onlogisch vond.

Zoo waren er ook nog andere dingen, die hij in een zoo edel verheven mensch als Christus vreemd vond en zelfs afkeurde; en over die dingen dacht hij later soms na, trachtend zich voor te stellen hoe hij, Barthold Meryan, in de plaats van Christus zou hebben gehandeld.

Dit kalm toetsen van zijn eigen doen en laten aan het doen en laten van den grondlegger des Christendoms vond zijn oorzaak in de omstandigheid, dat bij de Meryans iederen morgen aan het ontbijt een hoofdstuk uit den Bijbel werd gelezen. Zoodra de heer des huizes zijn oudsten zoon in staat achtte het Nieuwe Testament te kunnen begrijpen, had hij deze gewoonte ingesteld, en was er niet meer van afgeweken, al ontging hem geenszins het volslagen gemis aan belangstelling juist van hem voor wien de lectuur bestemd was. Maar gelukkig waren er ook nog anderen onder zijn gehoor. Zoo moest voor de bijbellezing het geheele dienstpersoneel binnenkomen. Deftig en ernstig, met neergeslagen oogen, schuifelden zij alle ochtenden met hun zessen, twee aan twee, geruischloos de kamer in, om op de mooie gebeeldhouwde stoelen langs den wand plaats te nemen met een zekere schroomvalligheid, als vermochten zij zich nog niet duidelijk rekenschap te geven van het verschil tusschen dat ééne kwartier in den morgen en al de andere uren van den dag. Meryan was er op gesteld zekere familie-tradities in eere te houden. Bij zijn ouders

Sluiten