Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn moeder te verzoeken hem vooral niet te zeggen, hoe zijn heroïsch offer volkomen nutteloos was geweest, hoe hij Baby veel beter had kunnen helpen en zichzelf kou besparen, indien hij een shawl voor haar was gaan vragen of iemand verzocht had kolen voor den haard boven te brengen. Zij zou deze ontnuchtering jammer hebben gevonden.

Intusschen talmde zij niet langer, maar ging de vrouw des huizes zoeken, opdat deze zoo spoedig mogelijk op de leerkamer de dingen in 't reine zou kunnen brengen.

Maar de gevolgen waren reeds niet meer af te wenden. Barthold, door en door verkleumd, had een geduchte koude opgedaan, moest wel acht dagen lang het bed houden, en zijn vader, omtrent het gebeurde ingelicht, achtte het dus raadzaam, hem — zij het ook met de noodige behoedzaamheid — een kleine dosis proza toe te dienen, die Barthold met zwijgend stoïcisme tot zich nam.

Maar zoo was er althans ééne onder de vrienden der Meryans, die den eenzelvigen knaap later nog Vaak met belangstelling gadesloeg, en hem tegenover anderen steeds in bescherming nam.

Een paar maanden na de bewuste avond-scène tusschen de twee knapen, die bij Barthold een diepen indruk had achtergelaten in zooverre dat hij zich plechtig voornam de moordzuchtige gevoelens, die hij zich verbeeldde ten opzichte van Johan te koesteren, voortaan met alle kracht tegen te gaan, gebeurde er iets in den huize Meryan, dat zijn reeds meermalen geschokt zelfvertrouwen opnieuw een gevoeligen slag toebracht,

Johan werd op zekeren avond door zijn vader op heeterdaad betrapt, toen hij weer in bed lag te lezen. Een noodlottig toeval had het kamermeisje, dat 'savonds de slaapkamers gereed maakte, doen vergeten de overgordijnen dicht te doen, en Meryan, om halftwaalf van een vergadering thuiskomend, had door de linnen stores van Johan's kamer, die aan de voorzijde lag, licht zien schemeren. Dadelijk argwaan koesterend, was hij zoo stil mogelijk de trap opgegaan, en had den delinquent, die een in 't Hollandsch vertaalden roman van Zola lag te lezen, zóó onverhoeds overvallen, dat aan het ontkennen van schuld niet te denken viel.

Sluiten