Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader tegenover hem was voor zijn academievrienden geen geheim, en er moest dus wel eenige genialiteit schuilen in de handigheid waarmede hij zijn doen en laten en het steeds klimmend aantal zijner schulden voor den Cerberus wist te verbergen.

Barthold was in de laatste jaren zeer veranderd. In den vijftienjarigen burgerscholier was weinig meer van het kind van vroeger terug te vinden. Aan Christus dacht hij zelden meer en wat er in den bijbel stond interesseerde hem niet langer, daar hij het hoe langer hoe onmogelijker ging vinden de leerstellingen en voorschriften er in vervat op het dagelij ksch leven toe te passen. Hoe veelzijdiger en ingewikkelder zijn eigen bestaan werd hoe minder waarde de bijbel in zijn oogen kreeg. De enkele geheime pogingen die hij nu en dan nog eens aanwendde, om zich als Christus te gedragen, brachten hem in zoo groote moeilijkheden en dreigden zulke zonderlinge toestanden in het leven te roepen, dat hij alles wat hem vroeger zoo mooi en zoo goddelijk toescheen ging verwerpen. Zijn kinderlijk verlangen den grondlegger des Christendoms te evenaren, zoo niet te overtreffen, ging plaats maken voor een soort van pessimisme, dat in den huiselijken kring vaak evenveel hilariteit verwekte als zijn vroegere intempestieve uitingen in een andere richting. Voor de hartstochtelijke zucht om goed en edel te worden, trad, met voor zijn omgeving onmerkbare overgangen, in de plaats een verterende eerzucht. Hij wilde nu alles doen om groot en knap te worden. Hoewel altijd een der eersten van zijn klasse, begon hij, eenmaal op de Burgerschool, nog harder te studeeren. Op zijn twaalfde jaar reeds meende hij op een schitterenden inval te zijn gekomen, die hem in korten tijd tot den grootsten geleerde van zijn,-tijd zou maken. Hij had zijn vader, die een vrij uitgebreide bibliotheek bezat, eens gevraagd of iemand die al die boeken zou gelezen hebben een geleerde zou zijn. Meryan, de bedoeling van die vraag volstrekt niet vattend, had met vagen blik langs de wanden van zijn hooggezolderd studeervertrek „ja zeker" geantwoord, er bijvoegend dat hijzelf niet het tiende part van dat alles gelezen had.

Dit had Barthold op het denkbeeld gebracht alle nachten in 't geheim met zijn kaars naar de boekenkamer te gaan, en naaide rij af, deel na deel, plank na plank, de geheele bibliotheek door te werken. Hij had uitgerekend dat als hij alle nachten 80 bladzijden las, hij er in ongeveer tien jaar door zou zijn. Dan was hij pas tweeëntwintig jaar en zou hij een groot geleerde

llilldi

Sluiten