Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scherp, zij het ook onbewust, afkeuren van zijn eigen opvatting — een opvatting die vrede zou kunnen hebben met een in den grond onware figuur.

„ Ras oordeelen is een van de kenmerkendste eigenschappen der jeugd," zeide hij met iets neerslachtigs in zijn toon. „Je herinnert me weer aan al je vroegere onmogelijke vragen als kind aangaande den Bijbel. Eigenlijk ben ik veel te vroeg begonnen dat boek met je te lezen. Later pas zal het schoone wat Christus gezegd heeft je duidelijker worden. Ook kan je dan gaan napluizen al wat groote denkers, die hun halve leven aan de studie der Christus-figuur wijdden, over hem geschreven hebben. Intusschen zijn wij tamelijk ver afgedwaald van ons punt van uitgang: het straatoproer dat je dezen avond hebt bijgewoond. Als ik je een raad mag geven, zou ik je bij deze gelegenheid willen zeggen: denk niet te veel na over deze en dergelijke verschijnselen van het maatschappelijk leven. Tracht geen dingen te doorgronden die raadselen zijn en blijven. Dat je in zake godsdienst, of althans met je denken en voelen te dien opzichte, met je zelf in 't reine wil komen, dat begrijp ik, die periode heb ik ook doorgemaakt en zoo heel lang is het nog niet geleden dat mijn

overtuiging gevormd is. Maar overigens, mijn jongen geloof

me, leef uitsluitend voor je wetenschappelijke studies, voor het nuttige edele vak dat je hebt gekozen, en houd je verre van al die lage woelingen, door de booze hartstochten van een zeker aantal maatschappelijke parasieten in het leven geroepen. Laat je vooral nooit in met politiek. Als jij, met je pessimistischen aard, in die wereld rondkeek, zou je zeker een menschenhater en een menschenverachter worden. En een menschenhater maakt gewoonlijk alleen zichzelf het leven ondragelijk; daarvoor zou ik je dus liever behoeden.

„En als we er nu eens over dachten te gaan slapen?" vervolgde hij met een blik op de pendule. „Twee uur al! Den raddraaiers die dat opstootje van heden avond weer op het geweten hebben, gun ik het genoegen niet ons rustige burgers nog langer uit ons bed te houden."

„Zij moesten opgehangen worden!" bromde Barthold.

„ Toch zouden er altijd weer nieuwe schadelijke elementen boven komen, ten spijt van den zegetocht der beschaving. Dat schijnt nu eenmaal te behooren tot de orde der dingen. En gelukkig hebben wij onze legers om al dat ongedierte ten onder te houden."

Sluiten