Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicours te zoeken en het niet te vinden. Zij had hem eigenlijk nooit iets te zeggen, en zij dacht er wel eens over hoe vervelend het zou wezen als Bart naar Delft en Baby naar kostschool waren. Toch achtte zij zich geroepen hem zijn weinige vrije uren zoo gezellig mogelijk te maken. Het was geen prettig besef daarin waarschijnlijk te kort te zullen schieten.

Heden avond echter zou haar de benauwende bezigheid van naar discours te zoeken bespaard blijven. Meryan, na zijn courant zorgvuldig te hebben dichtgevouwen, haalde een brief te voorschijn dien hij blijkbaar reeds gelezen had, maar thans nog eens hier en daar nazag. Daarna kuchte hij.

„Je raadt nooit, Johanna, wat dit voor een brief is. Toen ik van morgen naar mijn bureau ging, lag hij in de bus en nam ik hem meê. Ik zag dadelijk het poststempel van Brussel, maar de

hand herkende ik nog niet Eerst las ik hem, maar vond het

onmogelijk om er zelfs bij stil te staan en toen later op den

dag dacht ik er onwillekeurig nog eens over na en...."

„En?...." viel Johanna in, hem met de grootste nieuwsgierigheid aanziende. De aarzelende toon waarop hij sprak, de uitdrukking op zijn anders zoo autoritaire trekken als van iemand die een mogelijke oppositie vreest, intrigeerde haar in hooge mate.

„ Niets meer of minder dan het verzoek of het voorstel een jong meisje in huis te nemen als een soort van gouvernante voor Baby."

„Een soort gouvernante voor Baby?" herhaalde zij verbaasd. „ Maar het is immers gedecideerd dat zij in het najaar naar Brussel gaat?"

„Ja, hoofdzakelijk voor de talen, en in de eerste plaats voor het Fransch.... maar hier staan we voor een exceptioneel geval.

Weet je wat het beste is, dat ik je den brief voorlees, dan

weet je er precies evenveel van als ik. Hij is van de vrouw van onzen Nederlandschen gezant. Met mevrouw Corduroy was ik. zooals je weet, in mijn jeugd zeer gelieerd. Het landgoed van haar ouders grensde aan het onze; en ik geloof zelfs.... dat ik als schooljongen me om harentwille wel eens aan gloeiende verzen heb bezondigd! Maar ziehier wat zij schrijft:

Waarde Meryan!

„ In aanmerking genomen onze gewoonlijk niet heel drukke (!) correspondentie, zult gij wel verwonderd naar de

Sluiten