Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam werd nu definitief vastgesteld juist een week nadat Barthold naar Delft was vertrokken.

Meryan, voornemens haar zelf van den trein te gaan halen, kwam voor dit doel een uur vroeger van zijn bureau, liet inspannen en reed naar het station. Zijn aanvankelijke vrees iemand die hem geheel vreemd was in de menigte der aankomende reizigers op het perron te zullen missen, bleek ongegrond. Postvattend bij het contróle-hek zag hij tusschen den stroom der passagiers naderen een hoogst elegante slanke jonge vrouw met in 't oog vallend hoogblond haar en in den zwaren rouw. Zonder aarzelen trad hij op haar toe.

„ Freule de Martignel...."

Meneer Meryan," klonk het onmiddellijke antwoord, terwijl het smalste kleinste vrouwehandje dat hij ooit gezien had in zijn breede handpalm werd gelegd.

Hij drukte het met een soort van eerbied, plotseling opwellend uit zijn bewondering voor haar schoonheid en zijn deernis met haar jeugd en haar ongeluk; en na haar bagagebillet aan den palfrenier te hebben gegeven, geleidde hij haar naar het rijtuig, gedurende den rit met veel tact haar bezig houdend, beseffend haar weemoedige herinneringen bij het weerzien van een stad waar zij vroeger onder zulke geheel andere omstandigheden geweest was.

Na een groot kwartier .stond het rijtuig stil, Carla besteeg de hooge stoep en werd reeds in de vestibule verwelkomd door de vrouw des huizes, die in haar Hollandsch-eenvoudig grijs huiskleedje tegenover die rijzige rouwfiguur nog kleiner en kinderlijker leek dan gewoonlijk.

Er was iets stijfs en gedwongens in de wijze waarop zij de reizigster begroette — iets wat door een ieder die haar goed kende, zou zijn toegeschreven aan de ware oorzaak: verlegenheid tegenover het gevreesde nieuwe van den toestand, maar dat door Carla, met de ziekelijke overgevoeligheid van de gedéclasseerde, werd opgevat als een uiting van persoonlijke hoogheid tegenover haar. Maar dit belette haar niet op de meest innemende wijze, alleen getemperd door een waas van treurigheid, de begroeting te beantwoorden. Vervolgens gingen de beide dames naar boven, naar de voor Carla in gereedheid gebrachte vertrekken.

Aangenaam verrast was zij naast de slaapkamer een klein salon te vinden, waaraan eenige manden met prachtige geurende najaarsrozen een bijna feestelijk aanzien gaven. Op zulk een ontvangst

Sluiten