Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gebeurde in de dagen van het groen-loopen. Tamelijk kalm, met namv verholen minachting voor aller „ zotheid" en „lafheid", had Barthold verdragen, wat hij nu eenmaal wist dat v ei di agen moest worden. Hem was te Delft voorafgegaan de reputatie van te zijn een zonderling, een trotsche ingebeelde gek, maar tevens een monstrum van knapheid. Dit maakte dat hij, aan den eenen kant geducht onderhanden genomen, door anderen daarentegen meer dan gewoonlijk ontzien werd. Reeds had hij het vagevuur bijna doorloopen, toen iiij op zekeren avond, weer gedwongen op een réunie bij een hunner te verschijnen, plotseling tot mikpunt werd gekozen door een student, wiens ^ïot vulgaii uiterlijk reeds dadelijk Barthold's afkeer wekte, en die, na tal van sarrende manoeuvres met woord en daad, op *' n gegeven oogenblik stil achter hem komend, een glas vol zwart kleverig vocht over hem uitgoot met de woorden: ., Daar is wat zoetigheid voor juffie!"

Een onderdrukte kreet en met ware tijgerwoede keerde

Baithold zich naar zijn aanvaller om, grijpend in een oogwenk

een zware steenen bierkan die op tafel stond maar voordat de

doodelijke slag kon neerkomen, werden zijn beide opgeheven armen vastgegrepen en omlaag getrokken met zoo'n ijzeren kracht, dat Barthold s polsen als in schroeven werden geklemd en de kan uit zijn machtelooze hand viel. Een zoo ontzettende razernij gloeide echter in het ééne oog van den knaap, terwijl hij overigens half verblind zich wanhopig bleef verweren, dat de anderen, ontsteld door het hevige van de worsteling, maar zich niet twee tegen één willende stellen, zwijgend toezagen. Robert Kant echter — want deze was het die hem poogde te bedwingen — bleek de sterkste, en na een snellen wenk aan de omstanders om de deur te openen, trok hij Barthold met zich mede de kamer uit en de trap af tot op straat, liet hem daar pas los en trok ijlings de voordeur dicht, die de ander weer in wilde.

E11 nu stonden zij in de stille donkere straat tegenover elkander, beiden nog hijgend van inspanning, maar Robert doodkalm overigens, terwijl Barthold wankelend en duizelend tegen de deurpost aanleunde.

t Is wel de moeite waard zich op dat mispunt zoo nijdig te maken," zeide de eerste schouderophalend. „ Ik had jou voor veel verstandiger aangezien, Meryan."

Spreken kon Barthold nog niet, maar hij hoorde wat de ander zeide.

Sluiten