Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij rees haastig overeind, zich verontschuldigend dat hij haar nu pas zag.

„Laat ik u niet storen in uw lectuur," zeide zij, met een blik het boek op de bank aanduidend.

„Ik las niet," zeide hij dadelijk, „ik zat mijn aardige bewegelijke vriendjes daarginds te bekijken."

„Och, dan mag ik zeker wel een oogenblik bij u komen zitten ik houd óók zooveel van duiven. En er zijn hier heele mooie

soorten die ik vroeger nooit gezien heb."

Hij nam het boek weg om plaats te maken, en ging naast haar zitten.

„Houdt u in het algemeen van dieren?" vroeg hij, eenigszins verlegen met haar komst, die hem in zijn interessante observaties stoorde. Hij vroeg dit dan ook alleen om een punt van discours te vinden. Haar antwoord kon hem volstrekt niet schelen.

„O, zóóveel !" zeide zij met warmte, „vooral van vogeltjes

en duiven en honden ...."

„ En katten!" vulde hij lachend aan, zich herinnerend haar angst, als de huiskat in de kamer was en op gebruikelijke poesenmanier beleefd tegen haar wilde zijn.

„ Neen, katten niet, dat is waar." Zij had wel gaarne het tegendeel willen zeggen, kennende zijn bijzondere sympathie voor die afschuwelijke dieren, maar zij had vroeger al te vaak haar afkeer getoond.

„Ik vind katten zoo wreed, omdat zij altijd op die arme vogeltjes jacht maken!" zeide zij na een pauze, „en vogeltjes zijn mijn lievelingen!"

„ Maar op muizen maken zij ook jacht.... en dan worden zij erg door ons geprezen."

„Ja natuurlijk. Maar u zult muizen toch niet met vogeltjes willen vergelijken."

„Neen, maar katten zien er, geloof ik, niet zooveel verschil in. Zij zullen, vrees ik, heel moeielijk kunnen begrijpen waarom zij wel muizen mogen eten en geen vogeltjes."

„Ja, zoo dom van die dieren. Muizen zijn er voor. Maar die aardige zingende vogeltjes te verslinden het is afschuwelijk!"

Barthold glimlachte. Hij vond haar verrukkelijk mooi zooals zij daar in het gouden morgenlicht naast hem op de bank zat, en met haar klein lief mondje onzin verkondigde. Maar tegelijkertijd toch maakte zij hem wel wat ongeduldig.

„Ja, dat eeuwig elkaar verslinden in de natuur is altijd een

Sluiten